Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
521
Fig, 270.
(lus niet als een geheel, maar verdeelt zich in onderschei-
dene trillende deelen. Strijkt men het midden van eene
harer zijden aan, dan geeft de plaat een anderen toon, en het
zand verzamelt zich tot de figuur van een liggend kruis.
Ï3e overige figuren ontstaan, wanneer de plaat in het met b
aangeduide punt vastgehouden en in a gestreken wordt; zij hee-
ten naar haren ontdekker Chlad nische klankfiguren.
Proef b. Ook klokken trillen nooit als een geheel, maar
in afdeelingen. Men neemt een gewoon klokvormig wijn-
glas , vult het over de helft met water en strijkt den rand met
eenen sterk met hars bestreken strijkstok. Het glas moet bij
behoorlijk strijken een vollen, zuiveren toon geven. Daarbij
neemt men in het water meestal vier
rustplaatsen en daar tusschen fijne wa-
tergolfjes waar, die nog duidelijker te
voorschijn treden, wanneer men lycopo-
diumpoeder (§ 186) op de oppervlakte van
het water strooit. De verdeeling van het
water in afdeelingen is een bewijs van de
verdeeHng van het klokvormige glas in
afzonderlijk trillende deelen.
Fig. 271.
286. De blaasinstrumenten.
Proef ff.
Blaas-
Eene kleine houten fluit, ffeliik zij als kinder-
34* menten.