Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
520
Vlakten- 285. De vlakten-instrumenten. Terwijl het aan de snaar-
instru- ijistrmjjenten trillende lijnen zijn, welke den toon verwekken
menten j j > ,
dienen bij eene tweede soort van toonwerktuigen tot het voort-
brengen van den toon vlakken, die door aanslag in trillingen
gebragt worden. Als vlakten-instrumenten zijn te noemen:
trom en pauken, bekkens en klokken.
Het vlies, het gespannen dierenvel, waarmede de eerste
dezer instrumenten overtrokken zijn, beweegt zich in transver-
sale trillingen als een ongedeeld geheel. Van twee bij elkander
behoorende pauken geeft de kleinere, als eene kortere snaar,
den hoogeren toon en wel e, wanneer de gi'ootere G laat hoo-
ren ; het stemmen geschiedt door geringer of sterker aanspan-
nen. De trom toont eene veelvuldige aanwending van het me-
deklinken van veerkrachtige ligchamen; zij bestaat uit twee vlak-
ten van perkament, die over een openen koperen cilinder ge-
spannen zijn; wordt de bovenste, het slagvel, tot trillen genood-
zaakt, dan klinkt tevens het onderste vlies, het klankvel en
eene sterke snaar, die er dwars over gespannen is. Moet de
trom gedempt worden, dan wordt door de snaar met een stuk
doek te omwikkelen het medetrillen der snaar en van het klank-
vel verhinderd.
Op eene eenigzins andere wijze trillen platen en klokken.
Klinken- Proef ff. Men verschaffe zich eene plaat van gewoon ven-
"teifèn' ' duimen lang en even zoo breed en neme er op
klokken, twee plaatsen van een vinger breedte, aan den eenen hoek en in
het midden eener zijde, met eene vijl den scherpen kant af.
De plaat wordt horizontaal gehouden, ter^vijl men ze in het
midden tusschen duim en wijsvinger der linker hand aanvat,
met droog zand bestrooid en eerst op de gladde plaats a nabij
den eenen hoek met een strijkstok gestreken. De strijkstok moet
sterk met colophonium bestreken zijn, en de plaat een zuiveren
toon geven. Het zand wordt van de trillende plaatsen wegge-
worpen en verzamelt zich op de rustende plaatsen; er ontstaat
de figuur van een regtop staand kruis. De plaat trilt