Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
512
noemd, terwijl bij den slinger de zelfde beweging, volgens §
63, als twee slingeringen gerekend zoude worden. Draait men
de schijf snel genoeg, dan verneemt men bij het blazen eenen
toon, die bij eene bepaalde snelheid der omdraaijing eene be-
paalde hoogte heeft. De proef toont, dat de toon een z a-
mengesteld geluid is, die niet door eene enkele trilling,
maar door een aantal snel op elkander volgende trillingen wordt
voortgebragt. Deze trillingen geschieden op de zelfde plaats; zij
duren even lang, omdat de openingen der sirene gelijk zijn,
en hebben in regelmatige tusschenruimten plaats, omdat ook de
tusschenruimten tusschen de openingen gelijke breedte hebben.
Een toon is een regelmatig zamengesteld ge-
luid en ontstaat door eene regelmatige sneUe herhaling van
een geluid, die het oor als een geheel opneemt.
De
hoogte toonhoogte en de toonschaal,
van den Proef. Draait men de voor de voorgaande proef vervaar-
toon, jjgje girene sneller, zoodat in den zelfden tijd een grooter
aantal trillingen plaats heeft, dan verneemt men een
h O O g e r e n toon. Bij nog sneller omdraaijen wordt de toon nog
hooger. Het zelfde aantal trillingen in den zelfden tijd geeft altijd
weder den zelfden toon en heet het trillingsgetal van dien toon.
Wet: Een toon is des te hooger hoe groo-
ter zijn trillingsgetal is.
Ten einde de trillingsgetallen der verschillende too-
nen te kunnen vinden, bevestigt men de tandschijf der sirene
aan het kleinere rad eener snaar zonder einde (§ 49), terwijl
men het grootere rad door middel eener kruk omdraait. Aan
de gemeenschappelijke as van deze kleine schijf en van de
sirene zit verder een rondsel (§ 50) met weinig tanden en grijpt
in een groot kroonrad, welks as boven eene verdeelde cirkel-
schijf eenen ivijzer draagt. Kroonrad en wijzer bewegen zich
veel langzamer; men kan het getal hunner omdraaijingen ge-
makkelijk teUen en daaridt naar gelang van het aantal tan-
den het getal der omdraaijingen berekenen, welke de sirene