Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
509
duidelijk hoort. In de oudheid was het beroemdste spreekgewelf
het oor van Dionysius in de steengroeven bij Syraeuse,
dat thans vervallen is; daarin werden, zegt men, gevangenen
gebragt, wier gesprekken men in eene tamelijk verwijderde ka-
mer kon beluisteren.
HET ZAMENGESTELDE GELUID.
Onre-
gelma-
279. Het onregelmatig zamengesteld geluid of het tigza-
geruisch. Een enkelvoudig geluid wordt door eene en- menge-
kele trilling verwekt en door eene enkele voortgaande rij golven geiuij.
tot aan het oor voortgeleid. Doch menigmaal volgen verschei-
dene geluiden zoo snel op elkander, dat het oor ze af-
zonderlijk niet kan onderscheiden en hooren, maar alle te zamen
als een geheel opneemt.
Proef «. Een zandkorreltje, dat op papier valt, venvekt
een enkelvoudig geluid, maar laat men er schielijk na elkander
eene groote hoeveelheid zand op vallen, dan verwekt dit een
geruisch. Het tweede vallende zandkorreltje bewerkt een
tweede, het derde een derde enkelvoudig geluid; maar deze
geluiden volgen zoo snel op elkander, dat zij tot een zamen-
gesteld geluid ineen vloeijen. Daar de afzonderlijke kor-
reltjes niet aan elkander gelijk zijn en verschillende plaatsen
van het papier raken, zoo zijn de trillingen, waarvan ieder een
enkelvoudig geluid verwekt, n i e t aan elkander g e 1 ij k. Ook
verloopt er bij de zonder orde, ongeregeld neêrvallende hoeveel-
heid zand geenszins altoos de zelfde tijd tusschen het ontstaan
der op elkander volgende enkelvoudige geluiden, maar hare
volgorde is onregelmatig ten opzigte van de gesteldheid
en den duur der afzonderlijke trillingen. Zulk een onregel-
matig zamengesteld geluid noemen wij een ge-
ruisch.
Proeft. Leggen wij eene rol (een potlood) of een bol