Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
492
Fig. 260.
zacht touw worde aan het eene einde bevestigd, aan het andere
met de hand horizontaal gehouden en zwak gespannen. Geeft
men met de andere hand van boven af eenen slag tegen dit
einde van het touw en brengt het daardoor in trillende bewe-
ging , dan ziet men de trilling het geheele touw doorloopen en
tot aan zijn andere einde voortgaan. Bij gelegenheid kan men
dit verschijnsel waarnemen, wanneer men aan eene lijn, tot het
ophangen der wasch uitgespannen, eene plaats, digt bij haar
eene einde, omlaag trekt. Ligt het touw op vlakken grond en
beweegt men zijn eene einde op de maat naar beneden en naar
boven, dan neemt men eveneens voortloopende trillingen waar,
die echter door den gi*ond eenigzins gehinderd worden.
Ook de golfbeweging van het water (§ 98—100) toont ons
voortgaande trilüngen.
In de lucht gaat, wanneer zij een geluidgevend ligchaam
aanraakt, de ontstane trilling insgelijks voort. Zoo wel bij het
geluid geven van vaste ligchamen heeft eene verdigting der
lucht plaats, gelijk men b. v. bij het toeslaan van een boek
of bij het ineen slaan der handen het wegstroomen der lucht
door het gevoel kan waarnemen, als ook bij de ontmoeting van
vloeibare of luchtvormige ligchamen. De verdigte luchtmassa zet
zich uit, bew^eegt en verdigt daardoor de naastliggende lucht-
lagen; maar deze bewegen, terAvijl zij zich uitzetten, allengs
weder de naastbij zijnde luchtlagen en verdigten ook deze; zoo
gaat de verdigting der lucht steeds verder voort. Terwijl echter