Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
het van onderen op een vasten kant steunt; door verder in-
drijven van het ijzer en herhaald nederdrukken laten zich stee-
nen losmaken, die bij oude muren met eene kracht van dui-
zend en, wanneer zij grooter zijn, van verscheidene duizend pond
zamen gehouden worden.
Het handvat der spade, welks ondersteuning bij het losbre-
ken van eene aardlaag door den kant van den nog vasten grond
gevormd wordt, moet, om aan kracht te winnen, een grooteren
weg doorloopen; even zoo de greep van den pompzwengel,
opdat de zware, ijzeren pompstok, die aan den korteren arm
hangt, met geringe inspanning op en neer bewogen zou kunnen
worden. De wipplank, die de knapen dwars over een horizon-
talen balk leggen, verschuiven zij eerst zoo lang totdat de plank
in evenwigt ligt en de grootste knaap op den kortsten hefbooms-
arm zit; bij het op en neer bewegen legt de kleine knaap tot
zijne niet geringe vreugde steeds den grootsten weg af. Aan
den slagboom, wiens kortste en zwaarste arm op den grond
rust, gebruikt de aan het langer einde trekkende hand van den
tolgaarder slechts eene hoogst onbeduidende kracht; maar zij
en ieder deel van het touw moet een langer weg doorloopen.
Den notekrakers in den vorm van menschelijke figuren
wordt de noot heel ver in den mond, nabij het steunpunt ge-
legd , opdat de hefboomsarm, aan welken de wederstand van
de noot bij het zamendrukken werkt, zeer kort zij.
Scharen en tangen zijn dubbele tweearmige hef boomen
met gemeenschappelijk steunpunt; bij de schaar biedt de door
te snijden stof tegenstand en wordt digt bij de spil gelegd ,
opdat het oog aan den längsten hefboomsarm verbonden zij,
dien men bij metaalscharen dikwijls nog door aangevoegde
houten staven verlengt. De n ij p t a n g werkt vooreerst als een
krachtbesparende hefboom, wanneer hare kortere van onderen
wigvormige armen onder den kop van den spijker gedrongen
worden, en heeft de spil der tang zelve tot steunpunt; daar-
na wordt zij, wanneer de spijker nog vast zit, ter zijde ge-