Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
481
bevat eene stof, diastase genaamd, welke zich bij het ont-
kiemen der gerst gevormd heeft en de zelfde diensten doet als
het in de vorige proef gebruikte zwavelzuur. Men giete het mout-
aftreksel langzamerhand onder aanhoudend omroeren in heete
stijfselpap en late het daamede eenige uren op de heete kag-
chel staan. Dan zal men reeds aan den zoeten smaak bemerken,
dat de massa door de diastase in suiker is omgezet.
Van het grootste gewigt is deze werking der diastase voor
brouwers en jeneverstokers; want wanneer er uit aardappelen
of koren bier of jenever gewonnen moet Avorden, dan moet al-
tijd eerst het zetmeel, dat er in bevat is, in suiker omgezet
worden, eer de gisting kan plaats hebben.
268, De wijngisting.
Proef. Een lood zet-
Fig. 258.
meelstroop of honig wordt
in de achtvoudige gewigts-
hoeveelheid w^ater opge-
lost, een weinig biergist
daaronder gemengd en
het mengsel in eene üesch
bij een matig w^irmen oven
aan zich zelf overgelaten.
Na eenigen tijd geraakt de vloeistof in beweging en stijgen er
gasblaasjes op. Zet men op de flesch eene kurk met eene ge-
bogene buis , dan kan men het zich ontwikkelende gas, zoo als
in proef 262 n, boven een schotel met water opvangen. In het
fleschje, waarin het opgevangen is, worde een weinig kalkwa-
ter gegoten; het zal terstond troebel worden en daardoor vol-
gens proef 233 A bewijzen, dat het zich ontwikkelende gas koo 1-
zuur is. Heeft de gasontwikkeling reeds vroeg opgehouden,
dan voegt men er op nieuw gist bij. Eindelijk zal de vloeistof
niet meer zoet, maar naar brandewijn of w ij n g e e s t smaken.
Bij de gisting wordt de suiker in koolzuur en
31*
Wijn-
gisting.