Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
wetenschappelijken naam, kilogrammeter. Hoe groot valt nu
de werkelijke arbeid der genoemde lastdragers uit ? Stellen wij het
schepel van het weggedragen koren op 8 pond, dan bedraagt
de last van den eersten 6 x 8 = 48 pond; zij zijn op een
zolder van 10 el hoogte gebragt, daardoor wordt de arbeid 10
maal zoo groot, als zoo zij slechts op eene hoogte van ééne el
gebragt waren, dus 480 kilogrammeters. Deze arbeid, tweemaal
verrigt, is gelijk 960 kilogrammeters, dat is, gelijk aan den
arbeid, die gevorderd wordt om 960 pond loodregt een el hoog
op te ligten. De gezamenlijke arbeid van den tweeden lastdra-
ger is, daar zijn last 4 x 8 = 32 pond, de arbeid eenmaal
320 bedraagt en deze 3 maal verrigt is, 320 x3 = 960 kilo-
grammeters , of even zoo veel als die van den eersten.
17. De gulden regel der werkttxigkunde. De
Fig. 22, Proef. Aan eenen, 4
duim langen arm van den re-
hef boomstoestel (§ 13) be- S®'-
vestige men door middel
van een langen draad een
pond gewigt; het zal da-
len en op de tafel rusten.
Drukt men nu met de
hand den anderen, 20
duim langen hefboomsarm
neder, dan is er door aan-
wending van den hefboom kracht bespaard , en men behoeft
slechts eene drukking van iets meer dan 2 onsen aan te wen-
den. Nu houde men een duimstok aan den längeren arm,
bewege dezen 5 duim benedenwaarts en mete, terwijl men hem
vasthoudt, hoe hoog men den last heeft opgeheven; hij zal één
duim hoog opgeligt zijn en heeft diensvolgens slechts het vijfde
deel van den weg doorloopen, dien de kracht heeft afgelegd.
Zoo veel alzoo door den hefboom aan kracht gespaard is, zoo
3*