Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
468
de metalen.
De me- 261. De mensch heeft een wonderbaren, geheimzinnigen trek
naar de blinkende elementen, die wij metalen noemen, en heeft
ze zich door talrijke aanwendingen oji de menigvuldigste wijzen
dienstbaar gemaakt. Van de niet metallieke grondstoffen onder-
scheiden zij zich door de volgende eigenschappen : 1) Alle metalen
zijn genoegzaam o n d o o r s c h ij n e n d en werpen het Hcht,
omdat zij het niet laten indringen, van hunne gladde oppervlakten
met een eigenaardigen glans terug. Den voornaamsten metaal-
glans bezit het staal (koolhoudend ijzer), verder zilver, kwik en
goud. 2) Zij zijn allen smeltba ar, ofschoon de warmtegraden,
waarop zij smelten, zeer verschillend zijn. Zoo vertoont het kwik
zich reeds bij de gewone temperatuur in den vloeibaren toe-
stand en wordt eerst bij 40 graden koude (naar de honderddee-
lige schaal) vast; tin, lood en bismuth smelten bij een zacht
vuur, ijzer en platina eerst bij zeer hooge warmtegraden. 3)
Zij zijn de beste geleiders der warmte en der eleetrieiteit. Warmte
en eleetrieiteit, die aan eene plaats van het metaal worden mede-
gedeeld , gaan schielijk tot de naast liggende en van deze tot de
volgende deeltjes over. De meeste niet-metalen zijn slechte gelei-
ders. 4) AUe metalen verbinden zich met zuurstof, zwavel en chloor.
In de natuur worden zij of in zulke verbindingen, of, gelijk
platina en goud, in onvermengden, gedegen, toestand aan-
getroffen. De natuurlijke verbindingen der zware metalen, bij-
zonder met zuurstof, waaruit bijv. het ijzer langs kunstmatigen
weg gewonnen wordt, heeten ertsen, de verbindingen der
ligte metalen alkaliën, tot welke kali of potasch , en natron
of soda behooren, of a a r d s o o r t e n, tot welke onder ande-
ren de gebrande kalk (calcium-oxyde) en de aluminium bevat-
tende kleiaarde gerekend worden.
De ligte metalen zijn gedeeltelijk ligter, gedeeltelijk weinig
zwaarder dan water. De meeste der z w are metalen verbinden
zich bij het liggen inde lucht met hare zuurstof, gelijk b.v. de
oppervlakte van het lood, hoe diktvijls men ze ook vernieuwt,