Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
1-i Zoo heeft ook een lastdrager, die waren naar den zolder
I
t draagt, bij zijnen werktuigelijken arbeid de drukking der goederen
uit te houden, en wel op den geheelen weg, dien hij klimmende
I aflegt. Paarden, die een rijtuig trekken, overwinnen eene hun
f, tegenwerkende kracht, welke den wagen tot stilstand tracht
l^ii " te brengen, en wel op de geheele ruimte, die zij doorloopen.
;■' Wanneer de timmerman zijne zware zaag op een balk zet,
dan zakken hare tanden eenigzins in het hout; de deelen van
het hout, die zich tusschen de tanden bevinden, houden zich
li; nog aaneen en stellen de beweging der zaag eenen weder-
a stand, eene weerstrevende kracht tegen; dezen overwint de ar-
beider langs den geheelen weg, door welken hij de zaag trekt.
Juist het zelfde is het geval bij de werkzaamheden van den
s c h r ij n w erker, wanneer hij schaaft of polijst en daarbij eene
drukking uitoefent; bij den smid, wanneer hij zijne vijl ge-
;,{ bruikt; bij den tuinier, wanneer hij een stuk land om-
I' i spit, en niet minder bij den m a a ij e r, wanneer hij met de
'ii scherpte zijner zeis het rijpe gras van de wortelen scheidt, waar-
f'fi tian het vastzit. Zelfs de vingers der kleermakers volbren-
gen hun werk niet anders, dan door den wederstand, dien het
laken de indringende naald tegenstelt, te overwinnen, en door-
loopen, bij deze aanwending van kracht, den weg langs den naad,
dien zij vervaardigen. Dierhalve bestaat iedere Averktui-
gelijke arbeid daarin, dat op een doorloopen
\yes: een last of een t e 2: en s t a n d 0 v ei w 0n n en
~ O
WO r dt.
Mf..
16. De maat voor werktuigelijken arbeid. De bliksla-
gers hebben dagelijks stukken blik van onderscheidene breedte
door te snijden ; onder de door den arbeider uitgeoefende druk-
king maakt zijne metaalschaar den weg dwars door het blik; is
de door haar den eenen keer afgelegde weg 1 palm, een ander
groei-maal 45 duim, dan is de werktuigelijke arbeid, dien het bree-
dere blik veroorzaakt, 4^4 maal zoo srroot als die, welke aan
\ mi ,
MiÉ