Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
436
we, zamengestelde ligchaam, dat ontstaat als eenige stof zich
met zuurstof verbindt, wordt in 't algemeen een o x y d e ge-
noemd. Kwikoxyde is derhalve met zuurstof verbonden kwik,
ijzeroxyde met zuurstof verbonden ijzer, koolzuur is een zuur
oxyde.
De zuurstof komt in de natuur steeds met andere stoffen ver-
bonden of vermengd voor; zij maakt een bestanddeel van het
water en vau de dampkringslucht uit, en is in de meeste mi-
neralen bevat. Onze geheele aardbol, met al wat daarop en in
is, bestaat voor meer dan een derde gedeelte uit zuurstof.
DE WATERSTOF.
234. Ontwikkeling der waterstof. Water is eene ver-
binding van waterstof en zuurstof; men verkrijgt derhalve wa-
terstof uit water, wanneer men het zijne zuurstof ontneemt.
Ontwik- Proef, In eene flesch met niet te engen hals doet men
keling . . , .. . ,
van wa- eenige stukjes zink, gelijk men die verkrijgt, wanneer men zink-
terstof. buk ombuigt en met den hamer op de omgebogene plaats slaat,
tot het doorbreekt. Eerst begiet men het zink met water, tot-
dat de flescii omtrent voor een derde gevuld is, en dan giete
24] droppelsgewijze en langzaam geconcen-
treerd zwavelzuur bij, en wel één maatdeel zuur
o]i vijf deelen water. Bij te snel toegieten zou
de flesch zich te zeer verhitten en ligt springen.
Er volgt na het bijvoegen van het zuur een sterk
opbruisen, veroorzaakt door de ontArikkeling van
een luchtvormig ligchaam, de waterstof.
Vooraf moet men eene in den hals der flesch
luchtdigt passende kurk doorboord, en een eind van een pijpe-
steel of een aan het eind dun uitgetrokken glazen buisje er
doorheen geschoven hebben. De kurk wordt op de flesch gezet.
Wilde men het gas in bijzondere vaten opvangen, dan zou men