Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
De un- Proef. De tot hiertoe gebruikte hefbooiustoestel biedt de
ster. gelegenheid aan om te leeren kennen , welk een groot gemak de
hefboom met ongelijke armen, waar het niet op groote naauw-
keurigheid aankomt, bij het wegen oplevert. Men hange een
voorwerp, eenige looden zwaar, dat men wegen wil, door
middel van een er om heen gewonden draad aan een arm van
10 duim lengte, en brenge aan den anderen arm een ons aan.
Moet men dit gewigt op den eersten duim schuiven om het even-
wigt te verkrijgen, dan brengt de last eerst aan eenen 10 maal
zoo langen hefboomsarm de zelfde werking voort, weegt alzoo
aan een hefboomsarm van 1 duim , als het gewigt aan een zoo-
danigen hangt, het tiende deel van een ons = 1 lood. Moet men
het ons, zonder dat het ophangpunt van den last veranderd mag
worden, op den tweeden duim schuiven, dan weegt delast
twee lood, en zoo wijst steeds, zonder dat men een ander ge-
wigt neemt, het getal der duimen aan, hoe veel lood de last
weegt.
Weegt de last verscheidene onsen of ponden, dan hange men
hem aan een hefboomsarm van een duim ; alsdan geven, wanneer
een pond het verschuifbare gewigt uitmaakt, de getallen der dui-
men die der ponden aan.
De unster. De unster is een hefboom met o n g e l ij-
ke armen, aan welks kortsten arm de scha al
Eig. 19. hahgt, terwijl de langste in
gelijke deelen gedeeld is, en
een verschuifbaar gewigt, den
10 o p e r, draagt. Bij de een-
voudigste inrigting is de kort-
ste hefboomsarm benevens de
aan hem hangende ledige
schaal zoo zwaar bewerkt,
dat hij den längsten in even"
wigt houdt, wanneer de loop er er afgenomen is. Ligt er
daarentegen in de schaal een last, en is de balans in evenwigt,