Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
420
w
Ifj
I'l
111
roodkoperen geleiddraden van omstreeks 1 streep dikte en 2 a 6
ellen lengte, al naar de kraeht des staalmagneets, dien men aan-
wendt. Bij de proefneming toch mag die magneet niet door zijne
regtstreeksche werking op de magneetnaalden in den multipli-
cator deze in beweging kunnen brengen; men kiest dus de ge-
leiddraden lang genoeg, om den magneet op genoegzamen af-
stand des multiplicators te houden. Men zorgt dat die draden,
als ze niet met zijde of katoen bekleed zijn, elkander niet raken
bij de proefneming, en verbindt ze met den draad des multi-
plicators en des electro-magneets, door de schoongeschrapte
einden in elkaar te draaijen. Dit gedaan en de multiplicator
zóó gesteld zijnde, dat de naalden juist evenwijdig met de Avin-
Fig. 231.
dingen staan, laat men door eenen helper de polen des
staal-magneets eu die des electro-magneets plotseling en vlug
aan elkaar brengen, en neemt zelf de naalden des multiplica-
tors waar; men zal daarin, op het oogenblik dat de polen
der beide magneten elkander raken, eene aftvijking bespeuren,
des te grooter, naar mate de staal-magneet sterker is. Op het
oogenblik dat de helper dezen weder van den electro-magneet
aftrekt, neemt men weder eene afwijking der naalden, nu in
tegenovergestelde rigting, waar, ten blijke dat er daardoor in
de windingen des laatsten weder een stroom, maar in tegen-
gestelde rigting, is opgewekt.
*228. Het eleetro-magnetisch inductie-werktuig en
het magneto-electrisch werktuig. Indien men twee elec-
tro-magneten van de zelfde grootte bezit, of althans twee waar-