Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
413
dunne strook geel koper tot een cilinder buigt en deze in de
lengte in twee gelijke deelen snijdt. De halve ringen worden
digt aan elkander geschoven en, terwijl men de snede van een
mes in de tusschenruimte tusschen beide verscheidene malen
heen en weêr beweegt, zorgt men, dat zij elkander niet metal-
liek aanraken. Tot omwinding van den kleinen electro-magneet
wordt omsponnen draad van streep dikte genomen en in twee
of drie lagen opgewonden; ieder der vrij blijvende einden van
het draad wordt aan een der halve ringen nabij de kromming
van de ijzerkern gesoldeerd. Twee kleine stukken koperplaat
worden van een geboord gat voorzien, waarin de einden der as
zich zonder wrijving bewegen en worden in loodregte stelling
op de plank geschroefd; de polen van beide magneten moeten
zoo digt bij elkander liggen, als zonder wcderkeerige aanraking
mogelijk is. Eindelijk worden nog twee dunne draden van geel
of rood koper zoodanig vast gemaakt, dat de eene den onder-
sten , de andere den bovensten halven ring aanraakt en daar
veêrend tegen aandrukt; aan de veerkrachtige draden worden
de sluitdraden eener galvanische keten geschroefd of met de
handen er aan gedrukt.
De van de kool uitgaande positive stroom komt door den
eenen veêrkraclitigen draad tot den eenen halven ring, gaat
door den daaraan gesoldeerden omwindingsdraad, terwijl
hij om de ijzerkern heenloopt, naar den anderen halven ring
en door den daarop drukkenden veerkrachtigen draad naar den
tweeden sluitdraad der keten. Is de draad regts gewonden,
dan ligt aan de ingangsplaats van den positiven stroom de z u i d-
p o 01 van den electro-magneet. De staalmagneet moet nu zoo
gelegd worden, dat hij zijne zuidpool naar de zuidpool van
den electromagneet keert. Gelijknamige polen stooten elkander
af; de electro-magneet draait zich, om met zijne zuidpool de
noordpool van den staalmagneet te naderen; maar daarbij heeft
hij de halve ringen, die te zamen een commutator vormen,
ook half omgedraaid, enden halven ring, van welken hij te vo-