Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
397
aanwenden; men zou dus twee koperdraden noodig hebben, van
welke de eene naar het andere station heenvoerde en de tweede
temg leidde. Nu nam Steinheil in den zomer vau 1838
op den Neurenberg-Fiirther spoorweg proeven om te onderzoe-
ken, of het misschien mogelijk zou zijn om van de beide rails
van een ijzeren spoorweg tot geleiding voor den galvanischen
stroom gebruik te maken; hij bevond dat de stroom door den
vochtigen grond van het eene spoor tot het andere overging, en
werd daardoor op de gedachte gebragt om van den vochti-
gen grond zeiven als geleiding gebruik te maken en
de eene di-aadgeleiding uit te sparen. Zoo laten zich van de
minder goede geleiders goede geleiders maken, wanneer men
hun eene grootere dwarsdoorsnede, grootere dikte geeft; geleidt
water vele millioenen malen slechter dan koper, zoo moet men
er eene vele millioenen malen zoo dikke laag van nemen om
Fig. 223.
het tot een even goeden geleider te maken. Graaft men daarom
op twee telegrafcnstations koperen platen van eenige vierkante
palmen grootte in den grond tot aan den waterstand der plaat-
sen, dan wordt de galvanische stroom van de eene groote plaat
tot de andere even goed geleid als door dun koperdraad. Om
van het station I naar het station II eene dubbele geleiding te
hebben, brengt men van het koper der in I staande batterij een
door palen gedragen koperdi-aad naar het tweede station en
schroeft hem aan de windingen van den aldaar geplaatsten elec-