Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
394
koperdraad (0,3 ä 0,4 streep middellijn) als daarop en juist aan
elkaar sluitende windingen kan geborgen worden. In dit buisje
plaatst men eene kleine, goed stalen naainaald (vergel. § 132),
waarvan men zich vooraf door hare werking op eene zeer ge-
voelige magneetnaald heeft overtuigd, dat zij geen spoor van
magneetkracht vertoont. Daarna laat men de ontlading van eene
leidsche flesch, van b. v. een vierkante palm bekleed glas, die
men met behulp van den electrophoor heeft geladen, door den
draad om het glazen buisje heengaan, hetgeen het gemakkelijkst
kan geschieden door het buisje nevens de geladen flesch op de
tafel te plaatsen, zoo, dat het eene vrije uiteinde, dat men ter
lengte van 5 ä 6 duim bij het winden heeft gelaten, aan het
buiteubekleedsel der flesch raakt, en met den ontlader (§ 182)
eerst het andere vrije einde van den draad en dan den knop der
flesch aan te raken. Neemt men nu de naald uit het buisje,
dan toont zij, indien de flesch niet al te zwak geladen was,
door hare werking op de magneetnaald, dat zij polen verkregen
heeft, dat zij zelve magnetisch geworden is.
Deze proef is in twee opzigten belangrijk. Ten eerste toont
zij, dat ook een electrische stroom van zoo onbegrijpelijk kor-
ten duur als die, welke bij de ontlading eener leidsche flesch
ontstaat, eene merkbare magneetkracht in het staal kan opwek-
ken , en ten tweede bevijst zij, dat zidk een stroom, die in de
door wrijving opgewekte electriciteit zijnen oorsprong heeft, ook
wat de magnetische werking aangaat, met dien van galvanische
elementen overeenkomt. Ook in alle andere uitwerkselen, die
wij reeds hebben leeren kennen, toonen de stroomen, op beide
wijzen opgewekt, onderling en met die, welke wij later nog op
twee andere wijzen zullen leeren voortbrengen, de zelfde vol-
maakte overeenkomst. De schijnbare verschillen, in de werking
dier stroomen opgemerkt, hangen van bijomstandigheden af,
waarvan de natuurkundigen thans zonder moeite rekenschap
kunnen geven. Wat men dus vroeger van een verschil, vooral
tusschen de gewone en de galvanische electriciteit, meende waar