Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
393
*219.* Magnetisch maken van staal door den elec- Magneti-
trischen stroom.
Proef a. Men wikkele om een rond houten staaQe van volgens
omstreeks een duim dikte een omsponnen koperdraad van 3 a 4
el lengte en niet meer dan een streep middellijn zóó, dat eerst
een twaalftal windingen juist nevens elkaar en daarover heen
weder het zelfde aantal enz. komen te liggen. Dit gedaan zijnde,
met vrijlating van regte einden, ter lengte van ongeveer 2 palm,
even als bij den electro-magneet, heeft men eenen, naar den
uitvinder zoogenaamden magnetiseerring van Elias
in miniatuur, bestemd om met een klein Bunsen-of Grove-
element dienst te doen. Men schuift dien voorzigtiglijk van
het stokje af en bindt op twee of drie plaatsen een katoenen
of zijden draad om de windingen, ten einde deze bij elkaar te
houden en het geheel stevigheid te geven.
Laat men, terwijl men een ijzeren staafje in dezen ring houdt,
den stroom door dezen heengaan, dan wordt dit, gelijk te ver-
wachten was, dadelijk magnetisch. Neemt men in plaats daar-
van een gehard stalen staafje van b. v. 6 a 8 duimen lengte en
2 a 3 strepen dikte, dan wordt dit evenzeer magnetisch en wel
zeer sterk op die plaats, die juist in den ring wordt gehou-
den. Om het overal zoo sterk te maken, beweegt men het in
den ring eenige malen heen en weder, terwijl men twee stuk-
ken ijzer, twee sleutels b. v., aan de vooraf schoon geslepen
einden houdt. Zoo worden alle plaatsen van het staal beurtelings
aan den magnetischen invloed van den stroom blootgesteld, dien
men verbreekt, terwijl de ring op het midden van de lengte der
staaf wordt gehouden Een klein hoefje, met zijn anker daar-
voor, kan men op de zelfde wijze bekrachtigen. Voor grootere
staven of hoeven heeft men grootere elementen en grootere ringen
noodig.
Proef b. Om een eind penneschacht, 4 a 5 duimen ge^en^door
lang, of liever nog om een glazen buisje van gelijke wijdte en wrijvings-
lengte , windt men zoo veel van het dunste met zijde omsponnen jgjj^