Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
386
neemt, het met uitzondering der vrij blijvende einden, die bij-
na 3 palmen lang zijn, laat innaaijen, en daarmede de ijzerkern,.
die niet in zijde gewikkeld wordt, omwindt. Men mkkelt op
iedere helft van het ijzer de helft der lengte van het draad,
de eene winding altijd digt naast de andere; nadat er verschei-
dene windingen verrigt zijn, legge men op deze terstond eene
tweede laag van windingen, wikkele daarop eenige malen verder
om de ijzerkern en terstond weder de tweede laag om deze
nieuwe windingen. De kromming van het ijzer wordt niet om-
wikkeld, omdat de omwikkeling aldaar minder werkzaam is;
maar men gaat van (ie eene helft van het ijzer tot de andere
over en omwindt ze in de rigting, zoo als men het gedaan zou
hebben, in geval men ook den boog omwikkeld had, slechts
schijnbaar in tegenovergestelde rigting.
*Men kan ook onbekleed draad in meer dan eene laag om
den electro-magneet winden, wanneer men maar zorg draagt, na
het omwinden met draad en koord of touw, zoo als boven
is aangegeven, de zoo verkregen laag met zijde of katoen ge-
heel te bekleeden en dan daarover eene nieuwe laag te wnden
op de zelfde wijze. In alle gevallen moet de eerste en de laatste
slag om de ijzerkern met touw daarom stevig worden bevestigd.
In zeer kleinen maatstaf kan men zelf eene ijzerkern vervaar-
digen van eene haarspeld, wier einden men glad vijlt en die
men met een ijzer- of koperdraad in de vlam eener spirituslamp
houdt, langen tijd laat gloeijen en in de lucht afkoelen. Zij is
zoo buigzaam geworden, dat zij zich naauwelijks laat omwikke-
len ; men windt daarom eeu el v an het dunste omsponnen
draad om eene breinaald en schuift dan de windingen over de
kleine ijzerkern. Zulk een kleine electro-magneet zal de wer-
kingen der aantrekking, van het ophouden van het magnetismus
en de verwisseling der polen volkomen duidelijk toonen. Tot
anker geeft men hem een stukje ijzerdraad, tenvijl men voor
den grooteren electro-magneet een sleutel kan nemen of beter
eene ijzeren staaf kan laten vervaardigen van de noodige leng-