Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
Fig. 217.
384
Op de voor de hand liggende gedachte om den sluitdraad om
een stuk week ijzer te wikkelen, en vond zoo den electro-
magneet uit.
Iedere electro-magneet bestaat uit twee deelen, uit de ijzeren
kern en de draadwdndingen. Om zich de ijzeren kern te ver-
schaffen laat men zich door den smid een ronde staaf ijzer in
den vorm van een hoefijzer buigen; iedere arm zij ruim 6 duim
lang en van de dikte eens vingers;
de einden, waar de polen van den
hoefmagneet liggen, worden vlak
gevijld en kunnen van elkander
omstreeks 3 duim verwijderd zijn.
Het is van belang dat er van het
weekste ijzer genomen worde.
Nadat het den beschreven vorm
verkregen heeft, wordt het, opdat
het week' blijve, met leem omhuld,
nogmaals in 't vuur gelegd en niet
eerder er weêr uitgenomen voordat
het vuur is uitgegaan; het moet zeer langzaam, zonder aanwen-
ding van water afkoelen.
Yoor de draadmndingen wordt rood koperdraad gebezigd, omdat
koper na zilver het best geleidende metaal is. De draad kan niet
zonder verdere toebereiding om de ijzeren kern gewonden wor-
den , dcAvijl alsdan de galvanische stroom zijnen w^g idet door
de draadwindingen, maar door de ijzeren kern, die Avegens hare
dikte niet slechter geleidt, nemen zou. Daarom kan men de
ijzeren kern met zijden lint of met zijden of katoenen stof om-
wikkelen, waarbij slechts de beide glad gevijlde einden vi-ij blij-
ven ; waar het noodig is, wordt de stof met eenen draad vast-
gebonden. Dan neemt men onbesponnen koperdraad, om-
streeks y^ a 1 streep dik en 4 a 5 ellen lang. Terwijl men
een eind koperdraad, ongeveer 2 palnaen lang, vrij laat han-
gen, begint men aan het eene einde van het hoefijzer te Avik-