Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
380
overgesteldevan de vroegere zijn, of wat met andere
woorden het zelfde gezegd is: de naald zal nn door een stroom
daar onder in de zelfde rigting afwijken, als bij de vorige
stroomrigting door een stroom d a a r b o v e n.
Proef d. Men plaatse nu den positiven geleider bij A,
als in proef a, en den negativen bij C. Dan gaat de stroom
boven de naald in de zelfde rigting als toen, en daaronder
in tegenovergestelde rigting. Volgens het opgemerkte
bij proef c trachten nu de beide deelen des geleiders de naald
in de zelfde rigting, naar het oosten, te doen afwijken. Die
afwijking wordt ook dadelijk waargenomen en is, daar nu de
naald met dubbele kracht uit hare rigting gedreven wordt,
merkbaar sterker dan in eene der vorige proeven.
Bij al deze proeven zij men bedacht de geleiddraden van het
element zoo ver mogelijk van de naald te houden, opdat zij niet
door hunne eigene werking daarop die van den bepaald daartoe
bestemden geleider van het plankje te zeer wijzigen.
^ ^ *2ie. De Mnltiplicator.
plicator. Wanneer men in het vorige toestelletje den draad langer ge-
nomen had en hem bij C nogmaals omgebogen, door het gat
bij \ gestoken hem weder langs B gevoerd en eindelijk weder
bij O had laten uitkomen, dan zou de afwijking wederom veel
sterker geweest zijn dan bij de laatst vorige proef. Niets belet
om een geleiddraad op deze wijze niet slechts twee malen, maar
een onbepaald aantal malen om eene beweegbare magneetnaald
heen te winden, daardoor de werking van den door dien draad
te leiden stroom op de naald te vermenigvuldigen, te multi-
pliceren, en zoo een werktuig, multiplicator genaamd,
zamen te stellen, waarin zeer zwakke stroomen reeds eene merk-
bare afwijking der naald voortbrengen.
Om zulk een werktuig op eene eenvoudige wijze te vervaar-
^^gln' neemt 'jnen omstreeks 1 O ellen rood koperdraad, van
ongeveer streep middellijn, met zijde omsponnen, zoo als