Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
374
pot vult. Een grof linnen zakje met kristallen van koperdtriool
Avordt boven in die oplossing gehangen, om het zout, dat bij de
werking ontleed wordt, telkens weder aan te vullen, en dus,
zoo als men het noemt, de oplossing verzadigd te houden.
Tot het afbeelden van grootere voorwerpen bezigt men een
constant element of eene batterij, bevestigt aan den van het
zink komenden sluitdraad de af te beelden figuur, schroeft aan
den anderen sluitdraad eene strook koper en dompelt beiden,
van elkander gescheiden, in een vat met kopervitriool. Ook ons
zink-koolelement laat zich, nadat het tot de volgende electro-
magnetische proeven gebezigd is en in stroomkracht verloren
heeft, tot galvano-plastische proeven gebruiken. Men buigt de
einden van beide sluitdraden tot kleine ringen, legt het munt-
stuk op den van het zink komenden draad, die grootendeels
met was of was en hars bedekt is en dompelt beide sluitdraden
zoodanig in een glas met kopervitriool, dat zij niet ver van
elkander afstaan, maar elkander niet aanraken.
*Hoe men het ook inrigte en welken toestel men ook bezige ,
veelal zal men bij den aanvang, voor men de noodige onder-
vinding bij deze bewerkingen heeft opgedaan, met teleurstellin-
gen en heele of halve mislukkingen te worstelen hebben. Men
beginne zijne proefnemingen daarom niet met medailles van
eenige waarde, maar neme in het eerst b. v. een cent. De voor-
naamste moeijelijkheid bestaat in het verkrijgen van de voor de
grootte van het voorwerp, dat men behandelt, juist geschik-
te s troomsterkte. Is de stroom te sterk, dan verkrijgt men
een bruinrooden, poedervormigen nederslag in plaats van de solide
metaallaag, die men wenscht. Men verhelpt dit in het enkel-
voudig apparaat door het zuur bij het zink meer te verdunnen,
b. v. door de helft daarvan uit het potje, en daarvoor water
in de plaats te gieten, en bij het gebruik van een element, door
de beide platen in de oplossing verder van elkaar te hangen. Is
de stroom te zwak, dan verkrijgt men eene zeer helder
rood gekleurde metaallaag, die zich als men helder licht schuins