Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
362
slaan en dus den toegang tot de lading te vergemakkelijken. Met
5 Grove-elementen kan men op 100 eUen afstands dit doel be-
reiken, mits slechts de geleiddraden behoorlijk met eene isole-
rende stof (caoutchouc of gutta percha) bekleed zijn, en dus de
stroom niet in het water afgeleid worde.
Het elec- solarlicht. Toen de Engelschman Davy, in de
trisch vergeefsche hoop om door galvanismus kolen in diamant (dat niets
anders is dan zuivere koolstof) te veranderen, spits gemaakte
houtskolen tusschen zijne reuzenketen van twee duizend elemen-
ten bragt, geraakten de elkander aanrakende kolen in gloed
en bragten een licht voort, dat voor het oog onverdragelijk was.
De gloeijende koolspitsen lieten zich verscheidene duimen ver
van elkander scheiden, en nu vormde zich tusschen haar een
prachtige Kchtboog en ontwikkelde zich eene hitte, in welke
platina smolt en diamanten vlugtig werden. Dit galvanische
koolliclit heeft men ook solarlicht genoemd en tot ver-
lichting van vertrekken en straten aanbevolen.
Proeven over zoodanige straatverlichting zijn bijzonder door
J a c o b i te Petersburg genomen. In december van het jaar
1849 werden van den fraaijen admiraliteitstoren af de hoofd-
straten der stad twee uren lang door het electrisch licht ver-
licht. De batterij, welke den stroom leverde, was eene Bunsen-
sche zink-kolen batterij, uit 185 elementen van aanzienlijke
grootte bestaande. De kolen waren op eene galerij ter hoogte
van een huis van vier verdiepingen aangebragt; het licht straal-
de zoo helder, dat de gasvlammen daarbij rood en walmend
schenen en dat men ondanks de gasverlichting op een afstand
vau meer dan 300 ellen de schaduwen, door het electrisch licht
veroorzaakt, nog kon onderscheiden. Doch meermalen ging het
gedurende eenige oogenblikken geheel uit, en de kool aan den
eenen sluitdraad verbrandde zoo schielijk, dat er telkens na
verloop van een half uur eene nieuwe spits ingezet moest worden.
*Nog voor dien tijd hadden reeds de fransche geleerden Pi-