Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
met de hand vastgehouden ring hangt, de bestemming om de
loodregte rigting aan te wijzen, naar welke men den stand der
tong beoordeelt. Zweeft de tong naauwkeurig in het midden van
het huisje, dan heeft zij een loodregten en de evenaar een ho-
rizontalen stand. De gedaante, die men aan den evenaar geeft,
rigt zich naar de volgende vereischten, waaraan eene goede
balans moet voldoen.
I. Het evenwigt van iedere balans moet een
onwankelbaar evenwigt zijn.
Proef a. Men verschafte zich drie breinaalden of stuk-
Fig. 16. ken ijzerdraad. De eene steke
men tot bijna in het midden van
eene niet te groote kurk. Ter-
wijl men de naald vasthoudt, zoo-
dat de kurk zich aan de naar
ons toegekeerde zijde bevindt,
en het vrije eind der naald van
ons afgekeerd is, schuive men
de tweede breinaald van den reg-
ter naar den linkerkant naauw-
keurig door het midden der kurk, zoodat aan beide zijden ge-
lijke stukken uitsteken. De toestel wordt over den kant van een
tafelblad of over een drinkglas gelegd of door de gaatjes van
onzen hefboomstoestel geschoven; de eerste naald rust daarop,
steekt aan den kant der kurk slechts weinig voor haar steun-
punt uit en vormt de spil, om welke zich de tweede naald, ge-
lijk de evenaar eener balans, vrij bewegen kan. De derde naald
worde doorgebroken, en hare eene helft in den stand, welken
de tong der balans zou moeten hebben, loodregt door de kurk
gestoken, doch zoo, dat de eene helft er boven, de andere er
van onderen uitsteekt. Ligt nu het gemeenschappelijk zwaar-
tepunt van den evenaar en zijne tong naauwkeurig in
de verlenging der spil, om welke hij draait, dan moet de eve-
naar volgens proef 6 c zich in het onverschillig eve n-
Onwan-
kelbaar
even-
wigt
der ba-
lans.