Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
354
waarin het zink staat, eenige droppels kwik te gieten 1). De
navolgende proeven kunnen genomen worden, ook zonder dat
men het kwik amalgameert.
Het In de buitenste ruimte van het galvanisch element, tusschen
zw\avel- ^^^ P^^j® ^^ , waarin de zinkcilinder geplaatst moet wor-
zuur. den, wordt verdund zwavelzuur gegoten. Het geconcen-
treerd zwavelzuur, dat men uit de apotheek verkrijgt, kan men
in het glas zelf verdunnen, nadat men er het potje uit heeft
genomen. Men giet er eerst water in en giet daarbij lang-
zamerhand eenige droppels zuur; dit moet langzaam, van tijd
tot tijd geschieden, omdat de vloeistof heet wordt en het glas
zou kimnen springen. Voor de meeste gevallen moet een deel
zuur op 10 deelen water gerekend worden. Is het zink geamal-
gameerd , dan kan men op 6 of zelfs op 5 deelen water een deel
zuur nemen, en daardoor de sterkte van den galvanischen stroom
aanmerkelijk vermeerderen. De oppervlakte der vloeistof moet,
als alles in elkaar gezet is, een vingerbreed lager staan dan de
rand van het glas.
Tweede ^^ ^^^ hiertoe opgegevene inrigting is aan alle constante ele-
vloeistof. menten gemeen; verder onderscheiden zij zich van de oudere
elementen daardoor, dat binnen het potje geenszins ver-
dund zwavelzuur, maar eene tweede vloeistof wordt gebezigd.
Door de onderlinge aanraking van beide vloeistoffen, welke door
middel van den poreuzen wand geschiedt, wordt, even als door
twee vaste of een vasten en een vloeibaren opwekker, een gal-
vanische stroom voortgebragt en zoo eene sterke werking ver-
kregen. In elk constant element worden twee vaste
opwekkers in twee vloeistoffen gebezigd, die
door eenen poreuzen wand gescheiden zijn. De
1) Voor kleine cilinders moge dit goed gaan, bij grootere zink-op-
peniakten is deze methode zeker ontoereikend en moet men daar-
mede even als met nieuwe te werk gaan, na ze in verdund zwavel-
zuur te hebben laten schoon bijten. Men kan dit laatste ook bij de
geheele bewerking in plaats van zoutzuur bezigen. Ln.