Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
343
haard te laten uitgaan, opdat de opstijgende rookzuil den bliksem
niet een geleidenden weg aanbiede. In allen gevalle is de veiligste
plaats het midden van de eene of andere ruime kamer, en er
bestaat geene reden om de ramen daarvan gesloten te houden.
In de open lucht is het onvoorzigtig zich onder een boom
te plaatsen, die alleen staat of die boven andere uitsteekt, zich
onder hoopen korenschoven te verbergen of zich in de nabijheid
van een water op te houden. Maar ook opene vlakten geheel
zonder boomen zijn te vermijden , omdat de mensch hier, als het
hoogste voorwei-p, het digtst bij de onweerswolk is. Beter is het
in de nabijheid van een hoogen boom, doch ten minste 8 a 10
el van zijne langste takken verwijderd, zich vlak op den grond
uit te strekken, opdat de bliksem, zoo hij toevallig op deze
plaats inslaat, als hoogste voorwerp den boom treffe, en de mensch
te ver verwijderd zij, dan dat de bliksem op hem kan over-
springen.
Bliksem-
199. De bliksemafleiders. De bliksemafleider is door afleider.
Franklin uitgevonden en heeft het eerst in diens vaderland, in
Noord-Amerika, waar de onweders zeer menigvuldig zijn, groote
verbreiding gevonden. De toestel bestaat uit twee stukken, uit
de stang en den eigenlijken
afleider. De stang is van
ijzer, hare lengte moet ten
minste gelijk zijn aan de helft
van den afstand tusschen haren
voet en den verst afgelegen
hoek van het dak. Zij wordt
loodregt op de nok van het dak
bevestigd, is van onderen ver-
scheidene duimen dik, loopt
naar boven dunner toe en eindigt hier in eene spits van een me-
taal, dat niet roest en steeds een goede geleider blijft, gewoon-
lijk van verguld koper of van platina. Aan het onderste gedeelte