Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
319
druk op het oog, en deze duurt nog voort, wanneer de kool reeds
verder bewogen is. Wij zien de lichtende kool op hare eerste
plaats en, als de beweging snel genoeg is, nog te gelijk op an-
dere punten; wij zien derhalve een lichtenden kring. Verge-
lijk § 323.
Proef. Men ontsteke eene kaars, en houde daarachter een
spiegel. Beweegt men nu met de regter hand zoo snel mogelijk
de regter zijde van den spiegel, terwijl zijne linker zijde in de
er tegen aan gedrukte linker hand rust, dan ziet men in den
spiegel niet een beeld der vlam, maar eene lange lichtende
streep. Het oog ziet het heldere beeld nog op de eerste plaats,
terwijl het bij de snelle beweging zich ook reeds op andere
plaatsen vertoont.
De door Wheatstone gebezigde spiegel was eene aan beide zij-
den gepolijste metalen plaat, liet zich door middel van een ge-
pasten toestel om eene loodregte as draaijen en was zoo ge-
plaatst , dat men er de drie electrische vonken in afge-
beeld zag. Ilij maakte in iedere seconde 800 omdraaijingen en
men nam in hem, in plaats van de beelden der vonken, drie
boven elkander liggende heldere 1 ij nen waar, van welke,
bij het omdraaijen van den spiegel naar de regter zijde, h e t
aanvangspunt der middelste lijn verder naar
den regter kant lag dan dat der beide andere (Zie de fi-
guur). Waren alle drie de vonken te gelijker tijd verschenen,
dan hadden de aanvangspunten der daardoor in den spiegel ge-
voiTude lichtstrepen naauwkeurig loodregt boven elkander moe-
ten liggen; de middelste streep begon y^ graad later, de mid-
delste vonk was dus later ontstaan. Daar de boven-
ste en onderste vonk te gelijker tijd verschenen, waren de elec-
triciteiten van beide bekleedsels te gelijker tijd uitgegaan; ieder
had de helft van den weg, engelsche mijl, doorloopen, en
omdat zij daartoe tijd noodig hadden, was het beeld der mid-
delste vonk y.^ graad achtergebleven.
Proef Men neemt een spiegel, plaatst hem loodregt op de
cr. nat. 21