Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
308
aanschen terpentijn en 1 deel was. Het smelten geschiedt in
ecu nieuwen aarden pot over een zacht TOur; eerst worden de
ligt smeltbare stoffen, terpentijn en was, gesmolten, en dan
langzamerhand onder gestadig omroeren het schellak er bij
gevoegd. De blikken vorm wordt vóór het ingieten een weinig
verwarmd, horizontaal geplaatst en juist vol gegoten. Aan den
rand vormen zich gewoonlijk blazen, die men met een scherp
mes wegsnijdt, zoodra de massa eenigzins bekoeld, maar nog
niet geheel hard geworden is. Bij het gebruik slaat of wrijft
men den aldus bereiden harshoek met een vossestaart of een
kattevel. Er komen wegens de ongelijke uitzetting van den vorm
en het hars bij temperatuur-veranderingen somwijlen barsten
in, die eene omsmelting der harsmassa noodig maken.
Proeven Proeven met den electrophoor.
met den Proef a. De gomplaat zij met reepen wollen stof gewre-
phoor. ven en electrisch geworden. Het deksel, dat men steeds hori-
zontaal en bij het opligten tien ä twaalf duim hoog houden
moet, worde op de gom gezet en, zonder dat men het
aanraakt, geïsoleerd weder op gelig t. Het zal zich ,
indien het glad en vlak bewerkt is, geheel niet electrisch
toonen eu noch vonken geven noch ook ligte ligchamen aantrek-
ken. De werking van den electrophoor berust op de wet der
V e r d e e 1 i n g. De gomplaat is door het wrijven negatief electrisch
Flg. 181. geworden en moet in het daarop
liggende deksel, waarvan zij door
eene dunne luchtlaag gescheiden
Is, zijne natuurlijke en nog ver-
bondene electriciteiten verdeelen,
de positive naar zijne onderste op-
pervlakte trekken en de negative naar de bovenzijde afstooten.
Beide electriciteiten blijven in het deksel; wordt het nu opgeligt,
dan houdt hare verdeeling op, eu zij houden elkander weder ge-
bonden.