Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
288
triciteit van gewreven lak mede, en onderzoeke, even als in proef
160 rt, met het proefblaadje, of de electri-
ig. 168. schijfje over het glas wegge-
stroomd is of niet. Het proefblaadje zal aan-
getrokken worden, en het glas toont zich als
^ een nietgeleider. Nog eenvoudiger is
^ het, aan het schijfje eleetrieiteit mede te dee-
len en te zien of het daarna door de hand
wordt aangetrokken; dit moet bij genoegzaam sterke eleetriei-
teit, indien glas niet geleidt, het geval zijn, daar een electrisch
en niet electrisch ligchaam elkander aantrekken. Op dergelijke
wijze kan men de werking van eene pijp zwavel en van andere
stoffen onderzoeken.
De beste nietgeleiders zijn: glas, zwavel, hars,
gutta percha, lak, zijde en drooge lucht.
Ware de ons omringende lucht een geleider, dan zou de
eleetrieiteit van een gewreven Ugchaam door haar terstond weg-
stroomen, en wij zouden volstrekt geene electrische verschijnse-
len kunnen waarnemen.
De beste toeste geleiders.
geleiders. Proef ff. Op gelijke wijze als in de vorige proef onder-
zoeke men de electrische werking van eene breinaald of een
ander metalen ligchaam, of een stukje c o a k s; zij zullen
zich als goede geleiders doen kennen. Even zoo overtuigt men
zich gemakkelijk, dat over de hand en door het geheele m e n-
schelijke ligchaam de eleetrieiteit zeer gemakkelijk heen-
stroomt.
Proef h. Deelt men aan een schijQe papier, dat aan een
zijden, niet geleidenden draad hangt, eleetrieiteit mede, dan moet
het deze blijkbaar behouden en daarna door de hand, die men
er bijhoudt, aangetrokken worden. Nu bevochtige men echter
den draad met water; het wegstroomen der eleetrieiteit zal
bewijzen, dat water een goede geleider is. Gevolgelijk moet ook