Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
283
niet ligt vonken, ook niet het spinnewebachtig gevoel of de phos-
phorachtige reuk waargenomen worden. Ook de aantrekking
is bij kleinere geëlectriseerde ligchamen zoo zwak, dat een schijf-
je papier door hen niet duidelijk wordt aangetrokken en zich
niet naar hen beweegt. Men heeft derhalve eene nog ligtere en
gevoeliger stof noodig, welke de aantrekkende kracht volgt,
ook wanneer zij zwak is.
Proef. Een voor de electrische aantrekking uiterst gevoe- Het
^ ^^^ lig bgchaam is goudblad, dat men bij iederen
Fig. 16-. ^jQgjjijijjdgj. bekomen kan. Zoo als men het koopt, ^
ligt het tusschen twee blaadjes papier in een boekje;
het laat zich zeer ligt met eene schaar doorknip-
pen, als men het daartusschen laat liggen en steeds
het papier met het goudblad doorknipt. Op deze
wijze knippe men zich een zeer smal, 3 a 4 streep
breed, blaadje goudblad, niet geheel van de lengte
eens vingers. Dit blaadje zou aan de hand kleven en
ligt scheuren, zoo men het met de vingers aanvatte.
Derhalve neme men een klein schijQe papier, zoo als voor proef
153 gebezigd is, dat men aan een linnen draad hangt, bevochtige
het even met de tong, legge deze plaats van het papiertje op het
eene einde van het blaadje goudblad en ligte dit zoo van het pa-
piertje af. Het kleeft aan het papier vast en biedt, wanneer het
gedi'oogd is, een gevoelig middel aan, als men beproeven wil
of een ligchaam electrische aantrekking vertoont. Men wrijve nu
een zeer klein stukje lak, of men wrijve eene pijp lak zeer zwak,
,en het aangetrokkene proef blaadje zal de eleetrieiteit aantoonen.
*Wil men dit proefblaadje bewaren, dan maakt men het lie-
ver aan een van voren een weinig platgeslagen ijzer of koper-
draadje, van 1 a 2 streep dik en omstreeks 10 duimen lang,
vast, en steekt dit met het andere door eene kurk, die op eenen
glascilinder, een gasglas past, dat men van onderen door een
opgelijmd kartonnen dekseltje heeft gesloten. Daarin kan dan
het goudblaadje met een deel van het stangetje bewaard wor-