Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
278
Proef. Verzinnelijken wij ons de magnetische werking der
aarde door eene magneetstaaf (of eene gemagnetiseerde brei-
naald ,) die wij horizontaal leggen en wier zuidpool wij naar het
noorden wenden, dewijl
in de noordelijke deelen
der aarde het zuidelijk
magnetismus de overhand
heeft. Houdt men nu eene
zoo als bij de voorgaan-
de proef opgehangene, of
des noods eene aan een
draad hangende kleine magneetnaald boven het midden van den
magneet, dan zweeft zij hier horizontaal en heeft in 't geheel
geene inclinatie; boven het naar het noorden gerigte zuidmag-
netische einde van den magneet daalt de noordpool der
naald, boven het andere einde hare zuidpool; en juist boven
de beide polen van den magneet neemt de naald een lood-
regten stand aan.
Zoo gaat binnen den heeten aardgordel met over 't geheel
oostelijke rigting om de aarde eene onregelmatig gekromde lijn
zonder inclinatie, boven welke de inclinatienaald horizon-
taal zweeft; deze lijn doorsnijdt de geographische evennachtslijn
in twee punten, in den Atlantischen oceaan tegenover de west-
kust van Afrika , en in den grooten oceaan oostelijk van Nieuw-
Guinea; zij wordt de magnetische equator genaamd. Op de ten
noorden van den magnetischen equator gelegene helft der
aarde daalt het noord ein de der inclinatie naald,
op de zindelijke helft haar zuideinde. De helling wordt des te
grooter, hoe verder men zich van den magnetischen equator
naar het noorden of zuiden verwijdert; en er zijn twee punten,
de magnetische polen der aarde, boven welke de in-
clinatienaald zich loodregt ])laatst. De in het noorden liggende
magnetische pool der aarde is door James Ross in het jaar
1831 gevonden en ligt ten noorden van Amerika, oostelijk vau