Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
277
Fig. 159.
voeren neemt men eene niet mag-
netische breinaald en schuift ze
van de regter naar de linker zijde
door eene kurk; van de zijde,
die van den beschouwer afge-
keerd is, wordt tot in het mid-
den der kurk eene tweede naald
gestoken, welke, op een drink-
glas gelegd, de omwentelingsas
der eerste naald uitmaakt. De
eerste naald moet zoo in de kurk geschoven worden , dat hare
beide einden even lang zijn en zij in de horizontale en iedere
andere steUing zich in evenwgt bevindt. Heeft men dit bereikt,
dan magnetiseert men deze naald op de vroeger beschrevene
wijze, waarbij men, om het verschuiven der kurk te verhinde-
ren , bij het strijken der regter helft, de linker in de hand houdt,
en omgekeerd. De as moet zoo op het glas gelegd worden, dat
de naald met hare noordpool juist daarheen wijst, waarheen
eene horizontaal zwevende magneetnaald zich rigt. Alsdan zal
het noordel ij ke einde der naald zakken, en zij zal een schui-
nen naar den horizon heüenden stand aannemen. De helling
der magneetnaald naar den horizon of hare aftvij-
king van de horizontale rigting, heet hare inclinatie. In onze
streken bedraagt de inclinatie omstreeks 68 graden, en de
stand der naar boven en beneden zich vrij bewegende magneet-
- naald, der inclinatienaald, is dus van den loodregten stand slechts
22 graden verwijderd. Brengt men ze uit deze stelling, dan
keert ze er na eenige schommelingen in terug.
152. Noordelijke en zuidelijke inclinatie. De incli- Noorde-
liikc CD
natienaald ontvangt hare rigting door den grooten magneet, ^uidelij-
boven welken zij zweeft en dien wij aarde noemen. Eene boven ke incli-
een magneet zwevende naald moet echter zeer verschillende stan-
den aannemen, al naardat zij zich boven zijne noordelijke of
zuidelijke plaatsen bevindt.