Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
274
Fig. 158.

aan het oog, dat er zich
boven bevindt, voordoet.
Opdat zij tot vervoeren
geschikter zij, wordt de
magneetnaald niet aan
een draad opgehangen,
maar zij zweeft op eene
punt. Midden in de naald is een hol kapje van geel koper of
van agaat ingezet, en dit wordt op eene loodregt staande sta-
len punt geplaatst, waarop de naald zich ongehinderd links en
regts bewegen kan. De figuur 158 vertoont de naald van ter
zijde gezien. In het gewone kompas, dat te land gebruikt
wordt, om zich te oriënteren of om hoeken te meten, is de
windroos op den bodem van eene geel koperen of houten doos
vastgehecht, en in haar midden is de stalen punt gezet, waar-
op de magneetnaald zweeft. Van boven wordt de doos met eene
dunne schijf glas overdekt tot afwering van stof en togt. De
toestel moet zoo geplaatst worden, dat het noordpunt der wind-
roos in onze streken 19 graden oostelijk van de noordpool
der naald Kgt; dan wijst de windroos de hemelstreken aan.
Het zeekompas ontvangt wegens de slingeringen van het
schip eene eenigzins andere inrigting; zijne windroos, die op
eene dunne schijf van papier, door zoogenaamd moscovisch glas
stevig gemaakt, is aangebragt, is niet onbewegelijk, maar met
hare middaglijn op de magneetnaald gelegd en daarmede vast
verbonden; zij wordt door haar gedragen en di-aait zich te ge-
lijk met haar. Naald en windroos rusten op eene loodregte punt
en zijn in eene koperen met glas bedekte doos besloten, aan
welke door eene zware massa lood, op haren ondersten bodem
ingegoten, en door de wijze harer ophanging de loodregte stel-
ling verzekerd is. De doos hangt namelijk op twee spillen links
en regts in een horizontalen ring, en deze weder op twee spil-
len aan de zijden, die van den waarnemer afgekeerd en naar