Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
271
Fig. 155. en het eerst naar boven gekeerde ein-
de naar onderen wendt, dan wordt
het hier noordmagnetisch. In horizon-
tale ligging daarentegen zal de stang
naauwelijks een spoor van magneti-
sche verschijnselen vertoonen. Zoo
hebben ook de vertikale stangen der
ijzeren vensterkruisen aan haar be-
nedeneinde noordelijk magnetismus.
Wij hebben hier het zelfde ver-
schijnsel, dat aan week ijzer in de
nabijheid eener magneetpool waar te
nemen is; door haren invloed worden
de magnetismen van het ijzer ver-
deeld; van haar verwijderd vertoont het zich niet magnetisch.
Zoo verkrijgt de ijzeren staaf, zoodra men ze naar een in het
noorden liggend punt der aarde wendt, aan het naar dat punt
gekeerde einde noord magnetismus, aan het andere zuid-
magnetismus. Er heeft in haar eene door de aarde bewerkte
magnetische verdeeling plaats; de aarde werkt als een
groote magneet, in wiens noordelijk deel zuidelijk mag-
netismus de overhand heeft.
i
148. De declinatie of afwijking der magneetnaald. Declina-
Eene tweede omstandigheid, die den magnetischen toestand der
aarde bewijst, is het reeds vermelde verschijnsel , dat een ho- naald,
rizontaal zwevende magneet of eene magneetnaald eene bepaal-
de rigting aanneemt, derwijze dat door de noordelijke streek
hare noordpool aangetrokken en hare zuidpool afgestooten wordt.
Daar nu eene magnetische afstooting slechts tusschen gelijkna-
mige magnetismen plaats heeft, zoo wijst dit verschijnsel ins-
gelijks- daarop, dat de aarde als een magneet te beschouwen
is, in wiens noordelijke streken het zuidmagnetismus de over-
hand heeft.
cr. nat. 18