Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
292
den magneet wekt, naar de wet der verdeeling, § 138, in de
benedeneinden vau beide ijzerdraden noordmagnetismus op, wes-
halve zij elkander hier moeten afstooten. Te gelijk roept de
zuidpool van den magneet in de boveneinden van beide ijzer-
draden zuidmagnetismus te voorschijn, en daarom moeten zij
elkander ook van boven afstooten. Bij de verwijdering van den
magneet houdt de verdeeling der magnetismen in de ijzerdraden
op; zij keeren in hunnen natuurlijken onmagnetischen toestand
terug en hangen weder digt naast elkander.
Schik- 141. Schikking der beide magnetismen in de mag-
'^ï^d neten. In iederen magneet zijn de beide mag-netismen van elk-
magne- ander gescheiden, doch niet zoo, gelijk het den schijn zou kun-
tismen. nen hebben, dat in de eene helft al het noordmagnetismus, in
de andere al het zuidmagnetismus opgehoopt zoude zijn. Zoo dit
het geval was, dan zou men een magneet in twee deelen kun-
nen scheiden, waarvan ieder slechts één magnetismus zou hebben.
Proef. Eene breinaald wordt naar de in proef 133 opge-
gevene handehvijze gemagnetiseerd en daarop in het midden
doorgebroken. Onderzoekt men de helften elk afzonderlijk, dan
heeft ieder eene noordpool en eene zuidpool. Drukt men de
stukken op de doorgebrokene plaats weder tegen elkander, dan
vonnen zij weder een enkelen magneet, die slechts twee polen
aan de beide iiiteinden vertoont, als te voren. Gelijk de proef
leert, zijn in iedere helft van eenen magneet beide magnetismen
voorhanden; maar men kan de helften in zoo vele deelen bre-
ken als men verkiest en zal in ieder daarvan twee polen vin-
den.
Derhalve zijn in ieder magnetisch deeltje staal beide magne-
tismen voorhanden; slechts zijn beide zoo van elkander geschei-
den, dat in alle deeltjes het zuidelijke magnetismus aan de eene,
het noordelijke aan de andere zijde ligt. De teekening stelle
twee magnetische deeltjes staal voor; binnen ieder heeft eene