Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
260
tusschen pool, h. v. der zuidpool, gebragt wordt, dan wordt iiet door
magne^^ haar aangetrokken. Eer ecliter de aantrekking plaats heeft, on-
tismen. dergaat het ijzer eene verdeeling zijner natuurlijke magne-
Fig. 144.
tismen en wordt, zoo lang
het in de nabijheid van
den magneet blijft, zelf
tot een magneet. Zijn ein-
de, dat zich nu bij de
zuidpool bevindt, wordt
eene noordpool, zijn daar-
van venvijderd einde eene
zuidpool. En nu trekt het zuidmagnetismus van den magneet
het nader liggende noordmagnetismus van het ijzer en daarmede
het stuk ijzer aan. De magneet trekt derhalve het ijzer slechts
daarom aan, omdat het magnetisch geworden is. Er is geene
andere magnetische aantrekking, dan tusschen
ongelijknamige magnetismen.
De verbonden staven van konden dus ook geen ijzer
aantrekken, daar zij elkander beletten eenige verdeelende werking
daarop uit te oefenen, en die van 136A deden dit alleen, om-
dat zij elkander niet op alle punten raakten en dus in het daarbij
gel)ragte ijzer ïiog eenig magnetismus door verdeeling opwekken
konden.
Andere
ver-
schijnse-
len der
verdee-
ling.
140. Verschijnselen van wederzij dsche aantrekking
en afstooting tusschen de aan de verdeeling blootge-
stelde stukken ijzer.
Proef (1. De platonische keten. De polen van een
magneet in den vorm van een hoefijzer liggen naderbij elkander
dan bij eene magneetstaaf. Men vervaardige verscheidene stuk-
ken ijzerdraad ter lengte van een duim, of ronde schijven of
ringen en hange ze aan de polen van den hoefijzervormigen mag-
neet. Iedere schijf draagt er nog eene, en dezo weder eene.
Maar de laatste schijven, die zich het verst naar beneden be-