Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
258
Fisc. 143.
Tot hiertoe hebben wij telkens slechts het onderste einde van
het ijzer onderzocht; tot het onderzoek van het bovenste is de
nabijheid van den magneet zeiven hinderlijk, die op de mag-
neetnaald zou werken. Om hetgeen er plaats heeft volkomen
waar te nemen, kiezen Avij in plaats van het Aveeke ijzer een
stukje staal, 't welk eene verbinding van ijzer met een weinig
kool is en dat men, door het gloeijend plotseling in w^ater af te koe-
len, hard heeft gemaakt. Ter^vijl het w^eeke ijzer, nadat het van
den magneet venvijderd is, in 't geheel geen maguetismus meer
vertoont, behoudt het geharde staal het magnetismus, dat er
door de nabijheid van den magneet in te voorschijn geroepen
werd.
Proef h. Aan de zuidpool van den magneet wordt eene
stalen naainaald gehangen en er dan weder afgenomen. Het
onderzoek dezer naald doet zien dat
hare aan de zuidpool van den
magneet gehangen punt noord-
maguetismus, haar onderste van
de zuidpool meest verwijderd einde
zuidmagnetismus heeft.
Heeft men het met de noord
pool van den magneet in aan
raking gebragt, dan vertoont he
boveneinde van eene te voren niet magnetische naald zuid
magnetismus, haar benedeneinde noordmagnetismus. We
derom komen in het ijzer beide magnetismen aan het licht
tevens blijkt nog diddelijker dat zij niet medegedeeld zijn; wan
vooreerst zou aan het ijzer door de zuidpool van een magnee
toch slechts zuidmagnetismus, maar niet beide magnetismen,
medegedeeld kunnen worden, en ten tw^eede is juist in dat einde
van het ijzer, dat de zuidpool aanraakt, geen zuidmagnetismus,
maar noordmagnetismus te voorschijn geroepen. Dewijl aan het
ijzer noch door den magneet, noch door iets anders beide mag-
netismen gegeven zijn, zoo volgt hieruit de