Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
257
insgelijks magnetisch en het draagt een derde, en dit misschien
nog een vierde stukje ijzer. Aan al deze is echter geenszins mag-
netismus medegedeeld; men houde slechts het bovenste stuk
ijzerdraad met de hand vast en verwijdere den magneet; terstond
zal de geheele keten uit elkander vallen en geen lid daarvan zal
nog magnetische aantrekking toonen. Daarbij laat zich de proef
zoo dikwijls men verkiest herhalen, zonder dat de magneet van
zijne kracht verliest, hetgeen toch het geval moest zijn, indien
hij aan de stukjes ijzer een deel van zijn magnetismus mede-
deelde. Veeleer noodzaakt de magneet slechts het in het ijzer
verborgene magnetismus, zich te openbaaren.
138, Te voorschijn treden der beide magnetismen in het
ijzer, dat aan den invloed eens magneets is blootgesteld. tUmenTn
Proef a. Aan de zuidpool van een magneet hange men
een ijzerdraad van omstreeks 4 duim lengte, of men brenge het
boveneinde slechts in de
nabijheid der zuidpool,
opdat het nog zekerder zij,
dat de magneet aan het
ijzerdraad geen magnetis-
mus mededeelt. Daar-
bij onderzoeke men vol-
gens proef 134 door
middel eener magneetnaald, welk magnetismus in het be-
nedeneinde van het ijzerdraad is opgewekt. Het zal de zuidpool
der naald afstooten en hare noordpool aantrekken, en heeft der-
halve zuidmagnetismus.
Het zelfde ijzerdraad brenge men alsdan bij de noordpool
van den magneet; het onderste einde van het ijzerdraad zal
thans noord magnetismus vertoonen. Daar zich tevoren
ook zuidmagnetismus in het ijzer bevond, zoo moet men aan-
nemen, dat in het ijzer van nature beide magnetismen
voorhanden zijn.
A
TT Z

^stebo^