Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
251
pool midden op de naald, strijkt van liet midden naar de lin-
ker zijde, brengt den magneet ook hier over de punt der naald
heen en in bogen door de lucht naar het midden terug. Zoo
wordt de linker helft der naald eveneens 30 maal gestreken.
Men draagt bij dit en het vorige bestrijken zorg, de naald tus-
schen de eene en de andere streek op de tafel een weinig te
doen rollen, om telkens andere punten der oppervlakte met den
magneet in aanraking te brengen. Men steekt de naald nu door
een stukje postpapier en hangt ze aan een ongedraaiden zijden
draad op. De punt der naald, die met de zuidpool be-
streken is geworden, wendt zich dan naar het noorden en is
dus de noordpool; men kan ze nog door een stukje papier,
dat men er over schuift, ligter kenbaar maken.
*Zoo als later blijken zal, zijn alleen naalden van goed
gehard staal, brei of naainaalden, geschikt om op deze
wijze blijvend tot magneten te worden gemaakt. Om zich
te overtuigen of zulke naalden werkelijk van staal en goed ge-
hard zijn, koope men er eene meer, dan men denkt noodig
te hebben en trachte deze te biugen. Breekt ze daarbij al spoedig
door, voordat zij eene blijvende buiging heeft bekomen, dan
is zij en zijn dus hoogstwaarschijnlijk ook de andere goed; zoo
niet, kan men haar bogten geven zonder dat zij breekt, dan
moet men naar eene betere soort omzien.
Proef Nu nadere men met de zuidpool van den mag- Onder-
neet van terzijde de noordpool der naald; er zal reeds
op grooteren afstand eene aantrekking merkbaar worden, dan king van
bij een hangend niet magnetisch stuk ijzer. Houdt men
magneet stil, dan zal de naald eerst heen en Aveder slingeren,
en, wanneer zij tot rust komt, hare noordpool naar de zuid-
pool van den magneet keeren. Omgekeerd brenge men de noord-
pool van den magneet bij de zuidpool der naald, en
men ziet tusschen beiden de zelfde sterke aantrekking.
Noordpool en zuidpool trekken elkander
aan.