Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
243
nen (li'aad vastgemaakt, en het vrije einde van dezen draad met
de hand vastgehouden, of, beter nog, vastgemaakt aan eenen
standaard, zoo als die in fig. 132 is afgebeeld en daarbij be-
schreven; de draad zal eene loodregte rigting aannemen. Brengt
Fio- 130 stukje ijzer eenen magneet, dan
wordt het door hem aangetrokken, be-
weegt zich naar hem toe en geeft aan den
draad eene schuine rigting. Hoe nader men
den magneet brengt, hoe sterker zijne aan-
trekkingskracht wordt, en hoe schuiner rig-
ting de draad aanneemt. Bij nog grootere
nadering beweegt zich het stukje ijzer tot aan
den magneet en blijft er aan vastzitten. Men
trekt het langzaam weder los en kan de proef herhalen zoo dik-
wijls men verkiest, zonder dat er eene vermindering der mag-
netische aantrekkingskracht merkbaar w^ordt.
127. Aantrekking van den magneet door ijzer. Aantrek-
Proef. Terwijl in de voorgaande proef het ijzer ligt be-
■weegbaar opgehangen was, hange men nu omgekeerd den mag-neet door
neet aan zijn eene einde loodregt op, terwijl men daarover een
doorbc^rd stukje ktirk schuift en daaraan eenen draad bindt.
Brengt men bij het benedeneinde van den hangenden magneet
een sleutel, dan wordt de magneet door den sleutel aangetrok-
ken , beweegt zich naar hem toe en blijft bij de aanraking er
aan vast zitten.
Is de magneet, dien men gebruikt, sterk genoeg, dan blijft hij
zelfs aan den met de hand vastgehouden
sleutel hangen, zonder door de zu^aartekracht
losgenikt te worden.
Uit deze proeven volgt de
Wet: Een magneet en niet
magnetisch ij z e r t r e k-
k e n e 1 k a n d e r a a n.
Fig. 131.