Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
321.
te houden hebben. Maar in ons ligchaam is lucht in ge s lo-mensche-
ten, welke de zelfde digtheid en spankracht bezit als de damp-
kringslucht; daarom hebben luchtreizigers in zeer hooge en dun-
ne luchtlagen eenen door de spankracht der ingeslotene lucht
veroorzaakten aandrang van het bloed naar buiten, bijzonder in
den neus en de oogen, ondervonden. Doch waar in het zamen-
stel van het menschelijke ligchaam geene lucht van binnen de
drukking van buiten tegenwerkt, daar zou de drukking der lucht
de leden binnenwaarts drukken, ze ophouden, ons daardoor inspan-
ning ontnemen en verligting verschaffen. Deze inrigting hebben
werkelijk de bovenste beenderen van armen en voeten. Het been
van den bovenarm eindigt in een bolvormigen knop, die in de
spiegelgladde, luchtledige holte van het schouderblad past;
even zoo is het bovendijbeen ingevoegd. De drukking der buiten-
lucht houdt het gewigt der armen en voeten in evenwigt, en
er wordt veel minder kracht vereischt dan anders zou noodig zijn,
om bij het gaan de opgeheven ledematen te dragen. Daarom
gevoelen reizigers bij het beklimmen van zeer hooge bergen
eene ongemeene vermoeijenis, daar alsdan de verminderde druk-
king der iucht het gedeeltelijk aan de spieren overlaat, armen
en voeten te dragen.
118, De barometer als weerglas. Kort na de uitvin- I^e baro-
ding van den barometer nam men waar, dat op eene en de^y^^j-gj^^g
zelfde plaats de stand van het kwik geenszins op eene hoogte
van 76 duim blijft, maar dat het nu rijst, dan daalt. Men
meende tusschen deze veranderingen van den barometerstand
en de veranderingen in de weersgesteldheid een zamenhang waar
te nemen en te vinden , dat het r ij z e n van het kwik
gemeenlijk helder weder, het dalen eene min-
der gunstige luch t s g e s t el d h ei d te kennen
geeft. Het gebruik van den barometer als weerglas is zelfs
het meest gewone, en om dit gebruik gemakkelijker te maken,
zijn de vervaardigers gewoon, naast de verdeeling in duimen
cr. nat. 15