Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
Fig. 119.
i
'h!
I
321.
hem dan omhoog, dan brengt men, even als
bij het zuigen met den mond, eene ruimte
voort, waarin de lucht verdund is. De druk-
king der lucht drijft daarin zoo veel water,
totdat zijn gewigt met de spankracht der
daarboven afgeslotene luchtmassa aan de uit-
wendige drukking gelijk is. Op deze wijze
wordt niet enkel in de handspuiten,
maar ook in in alle pompen het water aan
het klimmen gebragt.
Aanlei- 114. De proef van Torricelli. Keeds in de oudheid kende
^roef^van^"^^^ de verschijnselen, die ten gevolge van het zuigen ontstaan,
Torricelli.en wist men dat de drupvormige vloeistoffen in de luchtledige
ruimten of die, waarin de lucht verdund is, onder den zuiger
der pomp opstijgen. Maar de eigenlijke oorzaak van dit verschijn-
sel had men niet uitgevorscht, en men vergenoegde zich met de
algemeene verklaring dat de natuur een afkeer van de
ledige ruimte had. Men sprak daarmede slechts uit hetgeen
men waargenomen had , namelijk dat daar, waar door de eene of
andere oorzaak eene ledige ruimte ontstaan was, terstond na-
, tuurkrachten in werking traden om de ledige ruimte weder te
vullen. Nu werd er in de 17 de eeuw in den tuin van den groot-
hertog te Florence eene ongewoon hooge pomp
aangelegd, welke tot het gemakkelijk bevochtigen der bloe-
men op het platte dak van een tuinhuis moest dienen. De pomp
was volkomen naar de regelen der kunst ingerigt, en men was
bijzonder zorgvuldig geweest om den zuiger goed sluitend te
maken. Tot niet geringe verwondering der pompmakers leverde
zij nogtans geen water; de vloeistof volgde den zuiger der pomp
bijna tot eene hoogte van 32 parijsche voeten of ongeveer
10 ellen; daar bleef zij staan, en daarboven bleef onder den
zuiger eene luchtledige ruimte, die zich met water had moe-
ten vullen. De beroemde natuuronderzoeker Galilei, wien men