Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
ingedeeld in 10 oneen, 100 looden, 1000 wigtjes of 10000
korrels. Wij behoeven wel naauwelijks tezegge^n, dat, waarin
de volgende proeven ponden, oneen enz. genoemd worden, er
van de nederlandsche sprake is; alleen daar, waar het uitdruk-
kelijk wordt opgegeven, worden de medicinale gewigten bedoeld,
die in de apotheken gebruikelijk zijn.
4. Het zwaartepunt.
Proef a. Een pennemes wordt met zijnen rug op de tafel Het
gelegd, zoodat zijne snede zich boven bevindt. Nu neme men
I'ig- eene zeer flaauw kromgebogen breinaald (of
beter nog een zeer lang en dun vierkant lini-
aaltje, dat zich van zelf een weinig buigt als
het in het midden alleen ondersteund wordt)
en legge die dwars over de snede van het mes. Het eene einde
der breinaald zal neerzakken en op de tafel steunen; het is door
de zwaartekracht naar beneden bewogen en moet gevolgelijk
meer gewigtsdeelen bevatten dan het kortere einde. Nu schuive
men de naald zoo lang op de snede heên en weêr, tot zij hori-
zontaal zweeft. Zij wordt thans door de snede in een enkel punt
ondersteund of gedragen; regts van haar liggen even zoo veel
gewigtsdeelen als links; de eene helft houdt de andere
in evenwigt, en de zwaartekracht kan de naald aan geene
van beide zijden benedenwaarts bewegen. In plaats van op eene
snede, zou men de naald ook op een potlood of dwars over een
vinger kunnen leggen. Verder legge men een stokje of een liniaal
op eene vierkante tafel en schuive het zoo ver over haren eenen
kant, dat het nog horizontaal ligt, maar bij de ligtste aanraking
er af zou vallen. Dan ligt boven den kant der tafel het punt
van het liniaal, aan welks beide zijden zijne deelen elkander in
evenwigt houden.
Proef b. Door eene kurk wordt in loodregte rigting eene
speld gestoken, zoodat hare punt er boven uitsteekt en haar
knop in de kurk gedrukt is. De kurk wordt op de tafel geplaatst