Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
321.
Fig. 102.

den. Ook de deelen eener drupvormige vloeistof hangen, ofschoon
zij zich gemakkelijk laten verschuiven, toch, gelijk uit proef
84 A blijkt, met eenige kracht aan elkander. Daarentegen hebben
de deelen van een luchtvormig ligchaam onder elkander volstrekt
geen zamenhang, maar schijnen elkander af te stoo-
ten en trachten zich naar alle kanten van elkander te verwij-
deren , zoo ver uitwendige hinderpalen dit gedoogen.
Van de luchtdeeltjes in een vat tracht ieder van het naastlig-
gende verder weg te komen, en dus trachten zij steeds te zamen
eene grootere ruimte in te nemen. Maar de middelste luchtdeel-
tjes worden door de bovenste verhinderd, zich naar boven te bewe-
gen; naar de zijden verhinderen dit de wan-
den van het vat, en op de bovenste luchtdeel-
tjes rusten buiten het vat weder andere lucht-
deelen, die even zeer trachten zich beneden-
waarts te bewegen. Kon men de bovenste
luchtdeeltjes uit het vat nemen en het dan
sluiten, dan zouden de overblijvende het ge-
heqle vat innemen en eene grootere ruimte
opvullen dan te voren. Van eene drupvor-
mige vloeistof daarentegen zouden, wanneer men van zes deeleu
er twee weggenomen had, de vier overige zich geenszins in eene
grootere ruimte uitbreiden, maar slechts twee derden van het vat
vullen.
Proef. Men neme twee r ea ge e rb u is j e s, een van 3
ä4 duim wijden 15 duim lang en een van 2 duim wijd en 6 duim
lang, dat zich gemakkelijk in het wijdere laat schuiven. Bij gebrek
aan een genoegzaam kort buisje snijdt men met eene driekantige
vijl het geslotene einde van een langer buisje op de opgegevene
lengte af, door in 't rond zoo lang te vijlen totdat de stukken zich
van elkander scheiden. Het kortere buisje worde ter helft met
boomolie (olijfolie) gevuld, en zijne opening bevinde zich boven ;
daarop houde men het grootere omgekeerd met de opening naar
onder, schuive met den vinger en eea potlood het kleinere buisje