Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
321.
ingedompelde zink nog verder in evenwigt houden. — Nu legt
men het stukje d en n e n h out, welks gewigt men bepalen wil,
in de kortere schaal en doet in de langere gewigten tot herstel-
ling viin het evenwigt. Is daartoe juist een wigtje noodig, dan
weegt het hout 1 wigtje. Om zijn gewigtsverlies te vinden, neemt
men het zink uit het water, klemt het hout er vast tusschen en
laat beide in het glas indompelen. De kortere schaal zal rijzen,
en men zal er 3 wigtjes in moeten leggen om aan de balans
haren horizontalen stand weder te geven. 2 wigtjes bedraagt het
gewigtsverlies of het gewigt eener watermassa, ge-
lijk aan het hout; het gewigt van het hout zelf bedraagt
1 wigtje; bij gevolg is dennenhout half zoo digt als water, zijne
digtheid is — 0,5.
Proef c. Is het ligchaam, welks digtheid men te bepa- Digtheid
len heeft, in water oplosbaar , zoodat men het er niet in onder^^®^ ^oplos-
mag dompelen, dan onderzoekt men, hoe veel digter het is bare lig-
dan eene andere vloeistof die het niet oplost. Men hebbe de
digtheid van het steenzout (keukenzout) te onderzoeken; dan
vergelijke men het met de digtheid der t e r p e n t ij n o 1 i e. Laat
het stuk zout 5 wigtjes wegen; het zal, in terpentijnolie ge-
dompeld, 2 wigtjes verliezen, zoodat eene even groote
hoeveelheid terpentijnolie 2 wigtjes weegt. Het zout
is derhalve V2 = 2 maal digter dan terpentijnolie. Maar deze
is, gelijk zich uit de zoo aanstonds te beschrijven handelwijze
laat vinden, % maal zoo digt als water. Bij gevolg is het zout
X % = 20/jq = 2 maal digter dan water.
Proef rA Ook zonder kennis der wet van ArchimedesQujjjj^^jgl.
iaat zich, door onmiddellijk wegen, ofschoon minderl'jkwegen,
naauwkeurig, de digtheid van een vast ligchaam bepalen. Na-
dat men eerst het volstrekte gewigt van het iu proef
a gebruikte zink, 14 wigtjes, heeft gevonden, weegt men ten
tweede een glaasje vol water en het daarnaast liggende
zink. Alsdan neemt men het glazen stopfleschje uit de schaal,
legt het zink in het water, sluit het fleschje met het stopje,