Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
321.
op den rug liggende zich door het water te laten dragen. Zij,
die niet zwemmen kunnen, begaan, wanneer zij in 't water
vallen, twee misslagen, waardoor zij liiinne redding be-
moeijelijken; zij steken de armen boven water, waardoor be-
werkt w^ordt dat het hoofd onder water komt, en, in plaats van
den adem in te houden , blazen zij den adem sterk uit, -waardoor
de omvang van het ligchaam verkleind en het zinken bevorderd
wordt. Daar de vloeistof het menschelijke ligchaam bijna ge-
noegzaam opheft, zoo wordt er slechts eene geringe inspan-
ning vereischt om een drenkeling te redden; eene onbezon-
nene, te groote krachtsinspanning brengt den redder in gevaar
van zelf het evenwigt te verliezen. In het ligchaam van een
verdronkene dringt water, dat het doet zinken; na eenigen tijd
begint de ontbinding, er ontwikkelen zich in het ligchaam lucht-
soorten, die het zoo zeer uitzetten, dat het eene grootere hoe-
veelheid w^ater verdringt en naar de oppervlakte opstijgt; ein-
delijk echter springen de vaten, waarin zich de lucht ontwik-
kelt, het water dringt in de ontstaande openingen en het lig-
chaam zinkt voor altijd.
Digtheid 90. Digtheid of soortelijk gewigt. Had men drie ge-
lijke kistjes of bakjes, zoo groot, dat elk daarvan 1 lood water
wigt. kon bevatten, en men goot in het tweede spiritus en in het derde
kwik, dan zou de spiritus daarin 8 wigtjes, het kwik 135 wigt-
jes wegen. Een stuk ijzer, dat naauwkeurig in een der kistjes
paste, zou een gewigt van 75 wigtjes, een gelijk stuk dennen-
hout een gewigt van 5 wigtjes hebben.
Dennen- hout Spiritus Water IJzer Kwik
5 8 10 75 135
"Van deze even groote ligchamen toont derhalve dennenhout
het kleinste gewigt, kwik het grootste te bezitten.