Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
321.
Zoo wordt het mogelijk, ijzeren booten te bouwen en
tot schipbruggen koperen pontons te gebruiken, die nog met
balken en planken bezwaard zijn. Om lasten, die op den bodem
der zee gezonken zijn, op te halen, laat men waterdigte, ledi-
ge vaten door aangehangene gewigten naar beneden zinken,
maakt de vaten aan den last vast en verwijdert de gewigten.
Toen de Romeinen in den eersten punischen oorlog op Sici-
lië een groot aantal olifanten gevangen hadden, ontbrak het
aan geschikte schepen om ze naar Italië over te zetten ; men bouw-
de derhalve met behulp van ledigetonnen groote
vaartuigen, waartoe men eene groote menigte tonnen aan el-
kander vastmaakte , daarover eene zoldering van planken leg-
de en het geheel met eene leuning omgaf; nadat er aarde op
de planken geschud was, gingen de olifanten er gewillig op en
kwamen gelukkig aan de italiaansche kust. De zwaar beladene
schepen voerde men vroeger over de ondiepten vanhetIJ
door aan beide zijden van het vaartuig breede holle kisten,
(scheepskameelen) met kabels vast te hechten, welke, eerst
met water gevuld er onder geschoven en daarna ledig gepompt,
bewerkten dat het schip minder diep ging.
Zwemmen van den mensch. Het ligchaam der meeste Zwemmen
, . . • , . i 1 ^ van den
menschen is een weinig ligter dan eene even groote measch.
hoeveelheid water. Maar het zinkt toch ongeveer tot aan
het midden van den neus, zoodat het water mond en neus
verspert en daardoor het ademhalen verhindert. In plaats van
lucht wordt dan bij het ademen water ingezogen, en het daar-
door zwaarder geworden ligchaam zinkt. Slechts een klein ge-
deelte van het ligchaam wordt door het water boven de opper-
vlakte opgeheven; het komt er op aan, dat het mond en neus
zijn, die boven het water uitsteken. De meeste menschen zijn
daarom in staat zich boven water te houden, wanneer zij op
den rug liggen en ook het achterhoofd indompelen. Het zwem-
men bestaat in stooten, op gepaste wijze tegen het water uit-
gevoerd, en wordt gemakkelijker geleerd, zoodra het gelukt is.