Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
3
naar beneden getrokken en gespannen gehouden. Het dieplood,
een looden gewigt van omtrent 50 pond aan eene koord, die
door stukjes van eene bonte stof van vadem tot vadem ingedeeld
is, daalt, in geval de koord lang genoeg is, van het schip tot op
den bodem der zee neder en wordt uitgeworpen om hare diepte
te onderzoeken.
"VVij zouden deze voorbeelden nog met een groot aantal an- ^y^^
dere kunnen vermeerderen. Maar dit behoeft niet, want niemand der
zal een geldig voorbeeld van het tegenovergestelde kunnen aan-^^^^g^^'
voeren, 't Is ^vaar, het opstijgen der luchtballons zou hier
eene zwarigheid, eene schijnbare uitzondering op de algemeen-
heid van het boven besproken verschijnsel kunnen opleveren;
maar wij zullen later zien, dat deze zwarigheid wezenlijk slechts
schijnbaar is.
Gelijk er in een land zekere wetten bestaan, waaraan al zijne
bewoners onderworpen zijn, zoo vinden wij, dat ook in de
natuur bepaalde wetten gelden, waaraan de ligchamen gehoor-
zamen en moeten gehoorzamen. Wij zien alle ligchamen, die
niet ondersteund zijn, vallen, en daaruit volgt de
Wet der zwaarte: Alle aardsche ligchamen
hebben de neiging om de aarde te na-
deren: alle worden door den aardbol
aangetrokken.
Men zegt derhalve van de aardsche ligchamen dat zij zwaar
zijn, en neemt eene oorzaak aan, die hen naar de aarde heen-
trekt en die men de zwaartekracht genoemd heeft. Alle
deelen der aarde oefenen te zamen eene aantrekkende kracht
uit; maar daar de aarde ongeveer kogelvormig is en hare dee-
len om het middelpunt vrij gelijkmatig verdeeld zijn, open-
baart zij hare werking zoo, dat alle ligchamen op alle plaat-
sen der aarde getrokken worden naar een punt, dat, wanneer
het niet op de uiterste juistheid aankomt, voor het middel-
punt des aard bols kan genomen worden. Waar wij der-
halve een ligchaam zich van het middelpunt der aarde zien
1*