Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
164
Adhesie Adhesie van vaste en vloeibare ligch a-
van vloei-
bare lig- m e n a a n e 1 k a n d e r.
chamen. Proef a. Op een klein glad stuk schrijfpapier, dat meif
met olie of met een in eene vlam gesmolten eindje eener smeer-
Het nat stearine-kaars gedrenkt heeft, brenne men een droppel wa-
worden .
een ad- ter. Hij zal zijne drupvormige gedaante behouden. De zwaar-
hcsie- tekracht alleen is bij gevolg niet in staat om het vervloeijen
schijnsel, van den waterdroppel te bewerken en de waterdeelen die hem
vormen te scheiden. Wanneer nogtans een droppel water op
gewoon, niet vettig schrijfpapier vervloeit, dan moet daarbij
nog eene andere kracht werkzaam zijn, die het water naar het
papier heentrekt. Deze kracht is de adhesie tusschen het
vloeibare en het vaste ligchaam. Het papier trekt het water aan,
wordt nat en er door bevochtigd. Ieder nat worden
is een adhesie-verschijnsel. Het vettige papier wordt
door het water niet bevochtigd, omdat de aantrekking der wa-
terdeelen onderling grooter is, dan die tusschen deze en de vet-
deeltjes.
Volledi- Proef A. Van den dunnen wand eener cigarenkist breke
j.ak\ngenmen twee stukjes af omtrent van de lengte van een vinger en
adhesie ^wee vingers breed, bevochtige beiden aan de eene zijde met
vloeibare ^ater, zoodat deze volkomen nat wordt, en legge ze met de
en vaste, natte oppervlakten op elkander. Heft men het bovenste plankje
op, dan zal het onderliggende er aan
blijven kleven en er niet afvallen. Zon-
der de tusschen beiden gebragte vloei-
stof zouden de plankjes wegens hunne
oneffenheden elkander slechts in wei-
nige punten aanraken en zich niet merkbaar aan elkander hech-
ten; de vloeistof raakt de vaste ligchamen in
vele punten aan en hecht zich aan het bovenste plankje,
het onderste plankje hecht zich aan de vloeistof, en de deelen
der vloeistof zeiven hangen te zamen en houden elkander vast;
anders zouden zij door het gewigt van het plankje van elkan-