Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
158
Eene
drupvor-
mige
vloeistof
als tus-
schen-
werktuig
83. Eene drupvormige vloeistof als tusschenwerk-
tuig In twee communicerende buizen, waarvan de eene 12
maal zoo veel water bevat als de andere, zou de kleinere waterko-
lom, als beide met elkaar in beweging werden gebragt, de twaalf-
voudige snelheid bezitten en houdt daarom het twaalf-
voudige gewigt des waters in de wijdere buis in evenwigt.
Bragt men, terwijl slechts het onderste gedeelte der commu-
nicerende buizen met water gevuld blijft, in beide buizen goed
sluitende zuigers en legde men daarop even zoo zware gewigten
als de vroeger in de buizen bevatte waterkolommen wegen, dan
zou het enkelvoudige gewigt op den kleinen zuiger het twaalf-
voudige gewigt op den grooten zuiger in evenwigt houden.
Om deze proef werkelijk te verrigten heeft men van metaal
vervaardigde communicerende buizen noodig. Eer men er een zui-
ger in zet, worden de buizen geheel met water gevuld, daarop
de grootste zuiger, welks oppervlakte bij voorbeeld ] O maal zoo
groot is, ingeschoven en benedenwaarts bewogen, zoodat uit de
engere buis water overloopt; terwijl zij nog tot boven toe ge-
p.g g^ vuld is, wordt ook haar zuiger
ingezet. I)oor deze handelwijze
is bewerkt, dat zich tusschen het
water en den zuiger geene lucht
bevindt; zet men nu gewigten op
de horizontale platen, die boven
op de loodregte stangen der zui-
gers bevestigd zijn, dan houden
zij elkander in evenwigt, wan-
neer het gewigt van den groot-
sten zuiger 10 pond, dat van
den kleinsten een pond bedraagt; drukt men den kleinsten zui-
ger met eene kracht van een weinig meer dan een pond eene
palm neder, dan verrigt men een arbeid, die iets grooter is
dan 0,1 kilogrammeter (§ 16). De kleinere zuiger kan niet dalen
zonder den grootei'en omhoog te bewegen. Daar het onder dezen