Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
151
ontwikkelingstoestellen veelal aanwendt. Voor de wijdere buis
kan men een gewoon reageerbuisje bezigen, wanneer men zijn
gesloten einde door middel eener driekante vijl wegneemt; men
vijlt te dien einde rondom de plaats, waar de cilinder doorge-
Fig. 80. sneden moet worden, onder zwakke drukking zoo
lang totdat de scheiding van zelve volgt. Nu giete
R r men in de wijdste glazen buis water; het kan in
^ de gebogene buis komen; beide buizen communice-
ren , en de oppervlakten van het water liggen weder
in een horizontaal vlak. Daarop houde men de beide
buizen schuin in een stand naar verkiezing; steeds
zullen de waterspiegels in eene waterpasse lijn liggen.
Het zelfde verschijnsel vertoont ons de gieter, in welken
de vloeistof zich juist even hoog plaatst als in de gietpijp, en
een in water gedompelde trechter. In het groot biedt het
water van den grond hetzelfde verschijnsel aan. Wij zien
in vijvers en putten, die zich in de nabijheid van rivieren be-
vinden, de oppervlakte van het water gelijktijdig met dat der
rivier dalen en rijzen; er bevinden zich in den lossen grond
veelvuldige verbindingen, zich heen en weer kronkelende buizen,
door welke de watermassa's met elkander gemeenschap hebben.
Door zulke losse plaatsen van den grond verbreidt zich het water
naar alle rigtingen, dringt zich in de tusschenruimten der aarde
en bereikt met het naastbij gelegen meer of rivier eene gelijke
hoogte, waarom men bij het graven meestal water aantreft.
Wet; In alle met elkander e omm u n icer en-Wet voor
de buizen of vaten liggen de opp er-
« . ^ nicerende
vlakten eener vloeistof steeds in een buizen.
horizontaal vlak.
Proef r. In den tot proef A gebezigden toestel houden
de twee even hooge waterkolommen elkander in evenwigt. Bij-
aldien de waterkolom van grooter omvang daalde, moest zij de
dunnere waterkolom omhoog drijven en omgekeerd. Volgens de
figuur reikt ook de linker, kortere arm der naauwere buis tot